|
BLG3627.pdf (796 KB)
De Wet Bijzondere Opsporingsbevoegdheden trad op 1 februari 2000 in werking. De wet kwam voort uit het onderzoek van de commissie van Traa midden jaren 90. In 2004 vond een evaluatie van de wet plaats.
De Wet Bijzondere opsporingsbevoegdheden biedt over het algemeen een goede balans tussen een voldoende toedeling van bijzondere opsporingsbevoegdheden, een adequate regeling daarvan en controle daarop. Al langer bestaande bevoegdheden zijn nu preciezer en wettelijk geregeld. Dat biedt meer houvast bij de toepassing in de praktijk. De nieuwe bevoegdheid ‘opnemen van vertrouwelijke communicatie’ blijkt belangrijke bijdragen aan de opsporing te kunnen leveren. Dat blijkt uit de evaluatie van de Wet BOB die op 14 december 2004 naar de Tweede Kamer is gezonden. Het onderzoek is uitgevoerd door onderzoekers van het WODC en het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen (Universiteit Utrecht).
BLG3627.pdf (796 KB)
Commentaar |
 |
Nog geen commentaar geplaatst
|