De delictsomschrijving luidt: het opzettelijk wederrechtelijk binnendringen in een geautomatiseerd werk voor de opslag of verwerking van gegevens, of in een deel daarvan, indien:
- daarbij enige beveiliging wordt doorbroken of
- de toegang verwerft wordt door een technische ingreep, met behulp van valse signalen of een valse sleutel dan wel door het aannemen van een valse hoedanigheid.
De eisen die aan “enige beveiliging” worden gesteld zijn niet erg hoog; alleen als er geen enkele beveiliging is aangebracht, is er geen sprake van computervredebreuk.
In het wetsvoorstel "Computercriminaliteit II" wordt voorgesteld om de eis dat er sprake moet zijn van de doorbreking van enige beveiliging te laten vallen. Daarnaast wordt het strafmaximum verhoogd tot 1 jaar.
De gevolgen van computervredebreuk kunnen ernstig zijn, vooral omdat een hacker, als hij eenmaal binnen is, zich tevens schuldig kan maken aan diverse andere vormen van computercriminaliteit. Zie hiervoor de andere subdossiers van het dossier Computercriminaliteit.