|
KVR23252.rtf (16 KB)
Antwoorden van de minister van Justitie op de vragen van het lid Griffith (VVD) over de kinderporno op de computer van een officier van Justitie. (Ingezonden 11 mei 2005, nr. 2040514550)
Vraag 1. Is het waar dat op de computer van een officier van justitie kinderporno is gevonden? Vraag 2. Welke beleidsregels gelden voor ambtenaren en leden voor de rechterlijke macht ten aanzien van het bezit en het bezichtigen van pornosites en kinderpornosites op het werk en anderszins? Wordt dit door de overheid als laakbaar gedrag gezien? Vraag 3. Is het bij de bestrijding van kinderporno strafrechtelijk van belang dat betrokkene onbedoeld en onbewust een dergelijke site bezoekt of dat betrokkene porno binnenhaalt van het internet? Vraag 4. Is het waar dat het Openbaar Ministerie inmiddels het strafrechtelijk onderzoek naar de inhoud van de bestanden van de betrokken officier van justitie heeft afgerond? Vraag 5. Kunt u aangeven naar welke strafbare feiten het Openbaar Ministerie onderzoek heeft gedaan, tot welk oordeel het Openbaar Ministerie is gekomen en hoe dat oordeel tot stand is gekomen? Vraag 6. Deelt u de mening dat deze kwestie het gezag van het Openbaar Ministerie ernstig aantast? Vraag 7. Deelt u de mening dat van een magistraat verwacht mag worden dat hij van onberispelijk gedrag moet zijn, juist gelet op de bijzondere verantwoordelijkheid die hij heeft bij de bestrijding van strafbare feiten binnen onze democratische rechtsstaat? Vraag 8. Deelt u de mening dat de integriteit en het gezag van de betrokken officier van justitie ernstig is aangetast? Vraag 9. Kan de betrokken officier, gelet op alle feiten en omstandigheden, nog met voldoende gezag de rechtsorde strafrechtelijk handhaven en zijn functie uitoefenen?
KVR23252.rtf (16 KB)
Commentaar |
 |
Nog geen commentaar geplaatst
|