In 1998 werd het wetsvoorstel Computercriminaliteit II ingediend, dat voorzag in een aantal aanpassingen en uitbreidingen van de Wet Computercriminaliteit. De behandeling van dit wetsvoorstel heeft behoorlijk wat vertraging opgelopen, mede vanwege de ontwikkeling van het Cybercrime-verdrag binnen Europa.
De aanpassingen in de Nederlandse wet die dienen te worden doorgevoerd om aan het Cybercrimeverdrag te voldoen, waren oorspronkelijk ingediend als wetsvoorstel "Aanpassing aan het Cybercrimeverdrag". In maart 2005 zijn deze aanpassingen echter als nota van wijziging opgenomen in het wetsvoorstel Computercriminaliteit II, zodat er geen aparte parlementaire behandeling van beide wetsvoorstellen meer hoeft plaats te vinden.
Uit het oorspronkelijke wetsvoorstel Computercriminaliteit II zijn inmiddels ook enkele bepalingen verwijderd, die in de tussentijd in een breder verband waren opgenomen in het wetsvoorstel Bevoegdheden vorderen gegevens.
De meest in het oog springende veranderingen uit de twee wetsvoorstellen zijn:
- uitbreiden van de strafbaarstelling van hacking
- ophogen van het strafmaximum voor delicten als virusverspreiding en (d)DoS-en
- strafbaarstellen van voorbereidingshandelingen
- invoeren van de bevoegdheid bepaalde gegevens een tijd vast te houden (bevriezingsbevel)
- invoeren van bevoegdheid af te tappen zonder medewerking van de beheerder van het te tappen netwerk
- ontoegankelijk maken gegevens